Stijging van het basissalaris dankzij indexatie

Redactie
HR
Geld.jpg(image/jpeg)

De Belgische werknemers ontvangen – naast indexatie - opnieuw loonstijgingen. Dat blijkt uit de jaarlijkse Salarisstudie van Hudson. In deze 19de editie werden de salarissen van 118.577 werknemers bij 539 organisaties geanalyseerd.

“Cijfermatig steeg het basissalaris (incl. Indexatie) van de Belgische werknemer - bediende tot hoger kader - met gemiddeld 4,37 procent tussen 1 februari 2011 en 1 februari 2012. Opnieuw hogere cijfers ondanks de economisch onzekere tijden.” weet Brecht Decroos, Associate Director Talent Management bij Hudson.

Brecht Decroos: “De stijging in het basissalaris is de op één na grootste stijging in het voorbije decennium. Opmerkelijk is wel dat een groot deel van de 4,37% toename te wijten is aan de hoge inflatie waartegen we het voorbije jaar aanliepen en de bijhorende indexsprong van gemiddeld 3,26%. Met andere woorden, maken we abstractie van de indexatie, dan komen we uit op een gemiddelde loonstijging van 1,11%. De tendens, waarbij de toename van het salaris voornamelijk toe te schrijven is door indexatie, is de voorbije 4 jaar duidelijk toegenomen. Waar de indexatie vroeger ongeveer 50% van de totale salarisstijging bedroeg, is dit de laatste jaren gestegen naar twee derden.”

Op het niveau van het totale cash pakket (het basissalaris plus de variabele verloning, zoals bonussen, commissies, etc.) gaat het om een stijging van 4,27 procent, net iets minder dan de stijging die we observeerden op het niveau van basissalaris. In tegenstelling tot de voorbije jaren, waar we een trend zagen van toenemende “variabilisering”, zien we nu dat die variabele beloning stagneert of zelf lichtjes afneemt. Dit effect valt niet te verklaren door een dalende trend in aantal ontvangers van variabel loon. Integendeel, we zien in de markt een stijgende toekenning binnen alle functieniveaus, ook voor de lagere bedienden en professionals.

1 op 3 kreeg bonus

Opmerkelijk hierbij is dat er zich een duidelijke toename laat zien van de populariteit van de “niet-recurrente prestatiegebonden bonus”, ofwel “CAO90-bonus”. Hierbij heeft ongeveer 1 op 3 werknemers effectief een dergelijke bonus ontvangen het voorbije jaar. Daar waar de CAO90-bonus al gangbaar was binnen de lagere niveaus, zien we nu ook dat het management en senior management niveau niet langer achterblijven. Doch, daar waar de toekenning in de lift zit, constateren we wel dat de hoogte van de uitgekeerde bonussen lager ligt dan de voorbije jaren. Dit effect verklaart de stagnatie en is zichtbaar voor alle niveaus, maar was het meest significant binnen de populatie van kaderleden.

Qua extralegale voordelen blijft de bedrijfswagen, ondanks de gewijzigde fiscale wetgeving, zeer populair. Uit de marktbevraging van Hudson blijkt weliswaar dat circa 1 op 2 bedrijven zijn car policy reeds heeft aangepast of de intentie heeft om dit op korte termijn te doen. De meest voor de hand liggende wijziging in de bedrijfswagenpraktijken zit in de aankoop of leasing van wagens met een lagere CO2-uitstoot, gevolgd door de aankoop of leasing van goedkopere wagens.

Brecht Decroos: “Op dit moment constateren we echter duidelijk dat de gangbare populaire merken, zoals Volkswagen, Audi, BMW en Mercedes, hun marktaandeel behouden. Je kan de eventuele effecten op de gangbare types in de bedrijfswagenmarkt niet te snel verwachten, wetende dat bedrijfswagens doorgaans volgens 4-jarencontracten worden geleased. Daarnaast valt te verwachten dat die merken hun positie behouden, gezien dit net die merken zijn die een voortrekkersrol opnemen in de optimale reductie van de CO2-uitstoot.”

Ondanks de populariteit van de bedrijfswagen, stelt Hudson toch vast dat meer en meer bedrijven oog hebben voor de mobiliteitsproblematiek en het milieu. In dit verband zien we een trend naar de “cafetariagedachte”, waarbij meer en meer organisaties hun medewerkers flexibiliteit bieden op het vlak van de keuze in transportmiddelen en de gehanteerde werktijden.

Info: http://salarysurvey.hudson.com.

Webdesign Desk02